Wat kost een camping? Vraagprijzen en bijkomende kosten op een rij
Van minicamping tot familiebedrijf: wat campings in Europa kosten, wat de prijs bepaalt en welke kosten er bovenop de koopsom komen.
Het korte antwoord: voor een kleine camping of minicamping beginnen de vraagprijzen rond de € 250.000, een gemiddelde familiecamping kost tussen de € 500.000 en € 1.200.000, en voor grote bedrijven op toplocaties lopen de prijzen door tot enkele miljoenen. Wij inventariseerden in de zomer van 2026 zo’n vijftig campings die daadwerkelijk te koop staan, verspreid over negen Europese landen. Dit artikel vat samen wat die markt laat zien, en minstens zo belangrijk: welke kosten er bovenop de koopsom komen.
Wat bepaalt de prijs van een camping
Een camping is een bedrijf én vastgoed tegelijk; de prijs volgt uit beide. De grootste prijsmakers:
- Omvang en samenstelling. Verhuuraccommodaties (stacaravans, lodges, gîtes) leveren per plek veel meer omzet dan kampeerplaatsen en tellen zwaar mee in de prijs.
- Wat je precies koopt. Grond en gebouwen erbij, of alleen het handelsfonds (de exploitatie) op gepachte grond? Dat tweede is fors goedkoper in aanschaf, maar je betaalt jaarlijks pacht en bouwt geen vastgoedvermogen op. Lees het verschil in het stappenplan.
- Bewezen omzet. Je betaalt voor de exploitatie zoals die ís, niet voor jouw plannen ermee. Een camping met drie jaar gezonde cijfers is meer waard dan hetzelfde terrein met potentie.
- Ligging en seizoenslengte. Kust, meren en toeristische topregio’s betalen zich terug in bezetting, en dat zie je in de vraagprijs.
- De staat van de techniek. Sanitair, elektra, riolering en zwembad zijn de dure posten. Achterstallig onderhoud hoort in de onderhandeling van de prijs af te gaan.
- Woonruimte. Een volwaardige eigenaarswoning op het terrein is niet vanzelfsprekend en maakt een object voor de meeste Benelux-kopers duidelijk meer waard.
Prijsbeeld per land
Op basis van onze eigen inventarisatie (zomer 2026, zo’n vijftig actuele advertenties). Het gaat om vraagprijzen, geen verkoopprijzen; onderhandelingsruimte hoort bij deze markt.
| Land | Instapniveau | Gangbaar middensegment |
|---|---|---|
| Frankrijk | vanaf ± € 250.000 | € 600.000 – € 900.000 |
| België (Ardennen) | vanaf ± € 475.000 | € 600.000 – € 1.200.000 |
| Duitsland & Oostenrijk | vanaf ± € 600.000 | € 650.000 – € 1.700.000 |
| Zweden & Finland | vanaf ± € 350.000 | € 450.000 – € 1.500.000 |
| Noorwegen | vanaf ± € 850.000 | € 1.300.000 – € 1.700.000 |
Twee kanttekeningen bij de tabel. In Frankrijk zie je de grootste spreiding: het is de grootste markt, met alles van kleine natuurterreinen tot kustbedrijven van meerdere miljoenen; een handelsfonds zonder vastgoed kan de instap flink verlagen. En in Scandinavië staat een deel van de campings op gemeentelijke pachtgrond: dat drukt de koopsom, maar geeft jaarlijkse lasten en een ander risicoprofiel. De regels en valkuilen per land staan in de landgidsen.
Bovenop de koopsom: reken op 8 tot 15 procent extra
De koopsom is niet het bedrag dat je nodig hebt. Tel erbij op:
- Overdrachtsbelasting, notaris en advies: samen doorgaans 8 tot 15 procent van de koopsom, afhankelijk van land en koopvorm.
- Werkkapitaal voor je eerste seizoen: je neemt over vóór het seizoen begint, maar de omzet komt pas daarna.
- Een onderhoudspost van 3 tot 5 procent van de omzet per jaar, en vaak een investeringsronde direct na de overname (sanitair en elektra zijn de klassiekers).
Wat krijg je voor welk budget
- Tot € 400.000: een minicamping of klein natuurterrein, vaak mét woonhuis, meestal in Frankrijk of Noord-Scandinavië. Kijk hier vooral naar de vergunde ruimte: een terrein met 9 plaatsen en een vergunning tot 25 is iets heel anders dan een terrein dat vol zit.
- € 400.000 tot € 1.000.000: het hart van de markt. Familiecampings van 25 tot 70 plaatsen met eigenaarswoning en vaak al wat verhuuraccommodaties. Hier concurreren de meeste Benelux-kopers, en hier is een goed voorbereide financiering het verschil tussen wel of niet kunnen doorpakken.
- Boven € 1.000.000: gevestigde bedrijven met sterke omzet, een verhuurvloot en horeca. De bank kijkt hier vooral naar rendement, en je hebt vrijwel zeker seizoenspersoneel nodig.
En de financiering?
Kort samengevat: banken financieren bij campings zelden meer dan 50 tot 70 procent van de koopsom en kijken vooral naar de bewezen exploitatie. De rest komt uit eigen vermogen (vaak overwaarde op de eigen woning) en niet zelden een verkoperslening, die in deze markt gebruikelijk is. De volledige opbouw staat in stap 2 van het stappenplan.
De rode draad: koop niet het maximale bedrag dat je kunt lenen, maar het bedrijf waarvan de cijfers kloppen. Bekijk de actuele vraagprijzen in het aanbod, of stel een e-mailalert in op jouw budget en land, dan zie je vanzelf wat er binnen je bereik komt.
Over deze gids
Dit is algemene informatie op basis van openbare bronnen, gecheckt in augustus 2026. Het is geen juridisch of fiscaal advies: regels veranderen en elke overname is anders. Laat je vóór een bod altijd bijstaan door een lokale notaris, accountant of jurist.
Klaar om te kijken wat er te koop staat?
Bekijk het actuele aanbod of stel een e-mailalert in voor jouw zoekprofiel.